Bergharen

Bergharen ligt tegen een rivierduin dat deel uitmaakt van een hele reeks rivierduinen, van Heumen tot Horssen. Het is opgewaaid uit de drooggevallen bedding van de Maas aan het einde van de laatste ijstijd, zo’n tienduizend jaar geleden. Aan de locatie van al deze rivierduinen, op de rechteroever van de Maas, is nog goed herkennen dat de ijzige wind destijds uit het zuidwesten kwam. Als het om windrichting gaat, is er in tienduizend jaar niet veel veranderd. Opvallend van de Bergharense rivierduin is dat de oorspronkelijke paraboolvorm nog goed te herkennen is. Zo’n parabool- of hoefijzervorm ontstaat doordat de wind het zand als het ware voor zich uit duwt. Het hoefijzer is relatief vlak aan de binnenkant, maar steil aan de randen. Dezelfde vorm zien we bij zandduinen in de woestijn.

Molen ‘De Verrekijker’

De rivierduin ademt overal cultuurhistorie. Het meest in het oog springt molen ‘De Verrekijker’. Deze is in 1905 gebouwd door de plaatselijke molenmaker Willem Coppes, met onderdelen van andere molens uit de omgeving. Het wielenkruis komt zelfs helemaal uit de Zaanstreek. Op deze plek stond zeker al in 1313 een molen, eigendom van de Cisterciënzers van klooster Altkamp in Duitsland. Behalve de molen bezaten de Cisterciënzers ook een uithof (kloosterboerderij) op de plek van de onlangs gesloopte boerderij Munnikhof. Hun kloostergoed behoort tot de oudste van het Land van Maas en Waal.

Oudste houten Maria beeld van Nederland

Naast de molen ligt sinds de 14e eeuw een openbare bidplaats waar een houten beeld wordt vereerd van Maria met de overleden Jezus op haar schoot (een pièta). Dit beeld komt uit de ateliers van de Nederrijnse school en wordt gezien als het oudste van ons land. De bedevaarten waren een doorn in het oog van de protestanten. In 1621 dwongen ze de Cisterciënzers te vertrekken, hun goederen werden verkocht en de kapel gesloopt. Maar de bedevaarten stopten niet. Op de plaats van de kapel plantte men een linde, die bijna driehonderd jaar het centrum werd van de bedevaarten. De linde werd gezien als koortsboom: als je daarin een reepje van de kleding van de zieke hing, zou de patiënt snel genezen. In de 20e eeuw werd een nieuwe kapel gebouwd. De eveneens nieuwe toegangspoort is gebouwd met stenen uit de fundamenten van het vroegere kasteel Balgoij. In mei vindt elk jaar een belangrijke Maria-processie plaats.

Boerderij de ‘Kloosterhof

Vlakbij Bergharen ligt een grote terp met daarop boerderij de ‘Kloosterhof’. Hier stond in de middeleeuwen het klooster O.L. Vrouwenberg, beter bekend als O.L. Vrouw op de Holtmeer. Het klooster was oorspronkelijk een Franciscaner nonnenklooster, gesticht door Dirck van Bronkhorst, heer van Batenburg (1400-1451). Diens zoon Gijsbrecht veranderde het in 1444 in een Franciscaner broederklooster, aangesloten bij het kapittel van Utrecht. Het was een belangrijk klooster met vele bezittingen in de omgeving. In 1547 werd hier nog het zogeheten Verdrag van Holtmeer afgesloten, dat de verhoudingen regelde tussen de boven- en benedendorpen inzake de afwatering van het gebied tussen Maas en Waal. Vier jaar later werd het klooster geplunderd. In de daarop volgende Tachtigjarige Oorlog werd het klooster opnieuw slachtoffer van gewelddadigheden, dit keer van de strijd tussen de Spanjaarden en troepen van Maurits van Nassau. Het klooster raakte daarop in verval en werd begin 17e eeuw gesloopt. Wat overbleef zijn de boerderij en enkele hardnekkige legendes over witte spoken, een begraafplaats met rechtop staande geraamtes en in één nacht uitgeroeide Tempeliers.

Voormalig gerechtshuis

In het midden van de beboste rivierduinen van Bergharen, die duidelijk afsteken tegen de lage komgrond, lag vanaf 1326 één van de belangrijkste rechtsgebouwen in het Land van Maas en Waal. In de buurt van het gerechtshuis werden executies uitgevoerd. De lijken van de misdadigers bleven na de executies nog een tijdje hangen aan de galg, ‘anderen ten afschuwelijken exempel’. Het laatste doodvonnis op de Galgenberg is op 1795 voltrokken wegens roofmoord. De Galgenberg lag tegenover de boerderij die dienst deed als gerechtsgebouw en de enigszins cynische naam ‘Heuvelsrust’ droeg.